Werkwijze  P.O.  Wiskunde en de Tweede Kamer Verkiezingen


Je gaat je werkstuk in 7 onderdelen verdelen. Hieronder volgt wat er per onderdeel van je wordt verwacht. Alle berekeningen die je maakt moet je uiteraard opschrijven.

Onderdeel 1 : De Nederlandse kiezers op 15 mei 2002

Bereken met behulp van het totaal aantal uitgebrachte stemmen in Nederland het aantal zetels dat de politieke partijen na de verkiezingen van 15 mei kregen. In je berekeningen gebruik je termen als kiesdeler en restzetel. Hoe je de berekeningen moet maken kun je vinden op de website van het parlement. Verwerk de zetelverdeling weer in een cirkeldiagram.

Onderdeel 2 : De Nederlandse kiezers op 22 januari 2003

Teken in een cirkeldiagram de verkiezingsuitslag van 22 januari. Vergelijk de uitkomst met die van 15 mei.

Onderdeel 3 : De Amsterdamse kiezers

Stel je voor dat alleen de Amsterdamse stemmen tellen. Bereken voor deze situatie opnieuw de zetelverdeling voor de tweede kamer. Verwerk je resultaat in een staafdiagram en vergelijk deze met het diagram van onderdeel 2.

Onderdeel 4 : De Duitse methode

In Duitsland wordt gewerkt met een kiesdrempel van 5 %. Zoek op wat dat betekent en maak een nieuwe zetelverdeling voor Amsterdam waarbij je doet alsof er in onze stad wordt gewerkt met een kiesdrempel van 10 %. Verwerk je gegevens in een staafdiagram en vergelijk deze met het diagram van onderdeel 3.

Onderdeel 5 : Het Caland

Hoe zou het parlement eruit zien als alleen de stemmen van de leerlingen van het Calandlyceum tellen.
Zoek op de Caland-website in het fotoalbum de verkiezingsuitslag van de leerlingen van het Caland en verwerk je gegevens op jouw favoriete manier. Vergelijk je uitkomst met die van de onderdelen  2 en 3.

Onderdeel 6 : Conclusie en eindoordeel

Je hebt nu meerdere zetelverdelingen gemaakt voor verschillende situaties.
Vertel iets over de opdracht, de samenwerking, de wiskunde die je hebt gebruikt, etc.

Onderdeel 7 : Beschrijving logboek

Beschrijf in chronologische volgorde (dus in volgorde van tijd) hoe je aan deze opdracht hebt gewerkt, wie wat heeft gedaan, hoeveel tijd je per onderdeel hebt besteed, etc.