Werkwijze  P.O.  Wiskunde en Gezondheid


Je gaat je werkstuk in 8 onderdelen verdelen. Hieronder volgt wat er per onderdeel wordt verwacht.

Onderdeel 1  : De basisgegevens

Je gaat uit van het lichaamsgewicht en de lengte van een van de twee opdrachtmakers.
Die is de proefpersoon. Verder zoek je dus een groep van 20 andere personen waarvan je dus zelf de gegevens (leeftijd, gewicht en lengte) gaat noteren. Verzamel de gegevens van lengte en gewicht en leeftijd in een tabel.
Deze tabel vormt je basismateriaal.

Onderdeel 2  : Je eigen kennis

Hierin geef je voordat je “wetenschappelijke kennis” hebt opgedaan je eigen mening over de lengte en het gewicht van de proefpersoon.

Bijvoorbeeld : Ik vind dat de proefpersoon veel te dik/dun is want…..

Leg goed uit waarom je dit vindt. Geef ook een beschrijving van de voor- en nadelen en de beperkingen van deze manier van oordelen.

Onderdeel 3   : Vergelijken met groeicurve

Zoek een passende groeicurve op en probeer de gegevens van de proefpersoon hierin te tekenen, zodat je een beeld krijgt van de situatie van de proefpersoon.

Je zult eerst moeten uitzoeken wat een groeicurve precies is en hoe die worden gemaakt.
Je kunt dit bij bijvoorbeeld een arts doen, bij een goede bioloog, of natuurlijk op internet.

Behalve de getekende groeicurve moet je ook vermelden hoe je aan je informatie bent gekomen en goed uitleggen hoe je tot de conclusies over je proefpersoon bent gekomen.

Onderdeel 4   : Statistische vergelijking proefpersoon met de groep van 20

Om de gegevens van de proefpersoon te vergelijken met die van de vergelijkingsgroep, kun je allerlei wiskundige technieken kiezen :

Diagrammen (lijn, staaf, cirkel, boxplot) waarmee je op een overzichtelijke manier je proefpersoon en de vergelijkingsgroep in beeld brengt.                      

Centrummaten zoals gemiddelde, modus, mediaan waarmee jij je vergelijkingsgroep beschrijft en op grond waarvan je de proefpersoon kunt typeren.

Je kunt natuurlijk uit de bovenstaande technieken kiezen, maar motiveer altijd waarom je voor die techniek hebt gekozen. Leg dus uit wat de voor- en nadelen van jouw methode zijn.

Geef nu een duidelijk oordeel over het gewicht en de lengte van de proefpersoon.

Onderdeel 5   : Statistische vergelijking proefpersoon met CBS-gegevens

Op de internetsite van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), www.cbs.nl, kun je de meest uiteenlopende gegevens over Nederland en de Nederlanders vinden.
Zoek gegevens op over lengte, leeftijd en gewicht. Print deze gegevens uit of presenteer ze op een andere, nette manier.
Ga nu de gegevens van de proefpersoon vergelijken met die van het CBS en geef nu op basis van deze gegevens weer een oordeel over de toestand van de proefpersoon.

Onderdeel 6   : Proefpersoon toetsen met de Q-index

De Q-index is ontwikkeld door de Belg  Alphonse Quetelet. Het is een soort vuistregel waarmee je met behulp van iemands lengte en gewicht zijn Q-index berekent.
Aan de hand van de waarde van de index kun je een uitspraak doen over het gewicht van iemand in relatie tot zijn lengte.

Zoek met behulp van een zoekprogramma op internet hoe je kunt werken met de Q-index.
Geef aan van welke site je deze informatie hebt.
Leg goed uit hoe de Q-index werkt en laat dan met berekeningen zien wat die index voor de proefpersoon is.

Doe nu weer een uitspraak over de toestand van de proefpersoon op basis van deze gegevens.

Onderdeel 7   : Conclusie en eindoordeel

Je hebt nu op een aantal verschillende manieren naar de proefpersoon gekeken. Geef nu een goed gemotiveerd eindoordeel en leg uit welke wiskundige hulpmiddelen je hebt gebruikt.
Let daarbij nog eens goed op de voor- en nadelen hiervan.

Geef ook nog eens in een paar zinnen aan wat je mening is over deze praktische opdracht.

Onderdeel 8   : Beschrijving  logboek

Beschrijf in chronologische volgorde (dus naar tijdsvolgorde) hoe je aan deze opdracht gewerkt hebt, wie wat gedaan heeft, hoeveel tijd je per onderdeel hebt besteed, enzovoorts.